Jeruzalem nieuws: goedkeuring nieuwe kabelbaan naar de Oude Stad en Klaagmuur

Ondanks oppositie is toch goedkeuring ontvangen van het stadsbestuur voor de bouw van de JERUSALEM CABLE ROAD. Het project gaat NIS 200.000.000 kosten is de planning van het Ministerie van Toerisme en voorziet in een 1,5 kilometer lange kabelbaan die zich uitstrekt van het oude treinstation van Jeruzalem naar een station in de buurt van de oude stad dicht bij de ingang van de ‘Western Wall’ (Klaagmuur) via de berg Zion.
Schets van het geplande kabelbaantraject vanaf het oude treinstation naar de ingang van de ‘Western Wall’.

“Het plan biedt een echte oplossing voor het probleem van de moeilijke toegang tot het zuidoostelijke bekken van de oude stad,” zei de Commissie in een verklaring na evaluatie van alle bezwaren. De kabelbaan vereist nu goedkeuring van de overheid.
De meest geluidmakende tegenstander stelt dat de kabelbaan geen recht doet aan het aanzicht van Jeruzalem en haar architecture; de noodzaak om het historische karakter van de stad te beschermen; verspilling van publieke middelen en het verplaatsen van het verkeer van de Oude Stad naar het oude stationsgebied.

“De uitleg – dat de noodzaak van de kabelbaan bestaat uit het verwijderen van de visuele overlast van de “Muur van Toeristenbussen” in de buurt van de oude stadsmuren – is een schijnvertoning,” zei de protest organisatie in een verklaring.Onze strijd is nog niet voorbij en we zullen blijven vechten tegen het kabelbaan plan tot in de rechtbank toe.

De geplande kabelbaan met een snelheid van 21 km/uur zal 3.000 passagiers per uur in beide richtingen kunnen vervoeren. 73 cabines zullen worden ingezet om alle passagiers veilig over de Hinnom Valley te laten reizen. “Als onderdeel van de ontwikkeling van de stad zal de kabelbaan een geweldige  vermindering van verkeersdrukte rond de oude stad geven en tegelijk de toegankelijkheid van het gebied voor ingezetenen, toeristen en handelaars verhogen.” aldus de Jerusalem Development Authority in een verklaring.
Bron: Jerusalem Post, 6 juni 2019, Eytan Hofland